Wie is de paus?


De paus is als bisschop van Rome de opvolger van de heilige Petrus, de plaatsbekleder van Christus en de opperherder van alle gelovigen.

Sinds de stichting van de kerkelijke staat in 756 door de Frankische koning Pepijn tot 1870 en dan weer sinds het Verdrag van Lateranen in 1929, de nieuwe stichting van de kerkelijke staat (officieel wordt de kerkelijke staat genoemd: Stato della Citta del Vaticano - SCV), is de paus ook het wereldlijk hoofd van deze staat. Sinds 1929 is het de allerkleinste staat ter wereld met slechts 0,440 km2 oppervlakte. De paus zou natuurlijk ook op een andere plaats kunnen wonen dan in Rome. Van 1309 tot 1377 leefden de pausen in Avignon in Zuid-Frankrijk. Maar de zetel die hen van ouds toebehoort is Rome, en dat zal zo blijven. Wanneer men spreekt van de apostolische stoel, wordt ook daarmee de paus bedoeld of degenen die handelen in zijn naam. In 535 heeft de toen gekozen paus Mercurius als eerste zijn naam veranderd en zich Johannes II genoemd. Pas in 955 heeft dan weer een paus een andere naam aangenomen en spoedig werd dat algemeen gebruik. Tot nu toe werden er 81 verschillende namen gekozen, waarvan er 46 maar eens voorkomen (Linus, Cornelius, Eusebius, Hilarius, Valentinus enz.). De meest gebruikte pausnaam is Johannes, door 23 pausen gekozen. Sinds paus Sixtus V (+ 1590) werden er nog maar 13 pausnamen aangenomen, waarvan Urbanus en Alexander al meer dan 200 jaar verdwenen zijn. In de laatste 200 jaar waren het vooral de namen Benedictus, Clemens, Gregorius, Innocentius, Pius en Leo, die werden gekozen. G.B. Montini heeft na zijn verkiezing in 1963 de naam Paulus VI aangenomen (Paus Paulus V was in 1621 gestorven). De eerste Paus die een dubbele naam aannam was Albino Luciani (sept. 1978): Johannes Paulus I. Zijn opvolger (1978-2005), Karol Woytila, koos daarna de naam Johannes Paulus II.

Terug naar beginpagina